In een wereld waar de smartphone het levensritme bepaalt, kiest gelauwerd striptekenaar Barbara Stok (1970) voor de rust van een boswandeling, een zeiltocht of een ontspannen uurtje achter de naaimachine. Het geeft haar de concentratie om zich te richten op de kleine en grote levensvragen die ze speels in haar boeken verbeeldt.

TEKST: MINOU OP DEN VELDE | BEELD: BRENDA VAN LEEUWEN | VISAGIE: MANOUS NELEMANS

IN DE AAP GELOGEERD

“Ik teken al vanaf mijn 20ste, maar handen blijven moeilijk. Ik moet nog steeds kijken: aan welke kant zit de duim? Vroeger gebruikte ik Rotring pennen. Om de haverklap ging er een gerucht door de stripwereld dat die pennen zouden ophouden te bestaan. Dan ben ik in de aap gelogeerd! Toen ben ik overgestapt naar Staedler. Daar heb ik zo aan moeten wennen, vreselijk.

Die technische tekenpennen moet je helemaal rechtop houden. En de lijn heeft altijd dezelfde dikte. Ik had het gevoel dat ik de controle kwijt was. Ik werk er nu een paar jaar mee. Maar ik ben altijd bang dat ze uit de handel gaan. Af en toe koop ik de hele voorraad op uit de winkel. Ik teken minimaal een jaar met zo’n pennetje. Dus ik kan hier vijftig jaar mee doen.”

LEVENSHOUDING

“Ik kende Ricky van gezicht uit club Vera, toen we werden uitgenodigd voor een stripfestival in Eindhoven. Hij is ook striptekenaar en muzikant. We reden er samen naartoe vanuit Groningen – vier uur heen en vier uur terug. Ik vond hem heel knap. Hij was zo’n ontspannen gast. Hij vertelde dat hij op vakantie was geweest in Mexico. En dat hij twee weken lang niets had gedaan en dat heerlijk vond. Ze moesten daar zelf vissen voor hun eten, want de eerstvolgende winkel lag op een dag lopen. Ik werd helemaal rustig van hem. Hij was zo nuchter en no-nonsense. Wij hebben onze levenshouding gemeen. We zijn niet heel materialistisch ingesteld. Wij kunnen allebei goed niks doen.

Tegenwoordig heb je dat internetdaten. Als ik nu een profiel van hem zou zien weet ik niet eens of ik hem had gekozen, want in veel opzichten is hij mijn tegenpool. Hij is een extravert type. Een beetje luidruchtig. Hij praat hard en schaamt zich nergens voor. In gezelschap voert hij graag het hoogste woord. Ricky is op mij gevallen vanwege mijn loopje. Ik loop een beetje slomig, haha. We kunnen samen heel goed lachen. Dat relativerende is precies wat je nodig hebt in periodes van crisis. Ik verlies nooit mijn gevoel voor humor. Zelfs als ik diepbedroefd ben en een gigantische huilbui heb, kan ik nog van een afstandje naar mezelf kijken en denken: nou ja, wat een huilebalk! Ik kan altijd om mezelf lachen of om de situatie. Of nou ja, altijd is overdreven.

Ik werk op papier, in zwart-wit. Daarna kleurt Ricky alles in achter de computer. We zijn altijd met zijn tweeën thuis, maar ieder in een eigen kamer. Ik ben een perfectionist, en Ricky is ook eigenwijs en heeft ongeduldige trekjes. Je kunt je voorstellen dat dat soms tot botsingen leidt. We hebben geleerd om vaker onze mond te houden, tijdens het werk. Ik kan 24 uur per dag over werk praten. Moet de hoofdpersoon hierna nou dit of dat doen? Ricky is mijn klankbord en komt met ideeën. Maar ’s avonds zegt hij vaak: nu even niet. Bij het ontwaken in bed kan ik er al over beginnen. Hij trekt dat niet.”

FASCINATING

“Deze drumstokjes kreeg ik van mijn broer. Hij had ze voor de sier gemaakt van takjes. Zo lief. Muziek is een superieure kunstvorm. Tegenwoordig draai ik vooral ouwe bigbandmuziek. Het onbekendere werk van Sinatra vind ik heerlijk. Geruststellende muziek, met romantische teksten. In bigbandmuziek zit dezelfde heftigheid als in sommige punkrock.Bij een heel lieflijk liedje knallen ineens die blazers erin. Als ik naar punkrock luister krijg ik allemaal plannen en zin om dingen te doen. Muziek raakt me fysiek. Zielige muziek trek ik niet. Eén mineur akkoord maakt me melancholiek en verdrietig. Ik kan in de put raken van een liedje. Voor mijzelf is het niet altijd prettig om zo gevoelig te zijn. Maar voor mijn strips is het goed, want ik kan me makkelijk in anderen verplaatsen.

Het is grappig, in films hou ik erg van analytische, bijna gevoelloze mensen. Ik ben een groot Star trek-fan. Spock is een van mijn favoriete figuren. Hij is een Vulcan, en die hebben zich van jongs af aan getraind om gevoelloos door het leven te gaan. Als er iets heftigs gebeurt zegt Spock: fáscinating. Haha. Dat woord gebruik ik vaak om mezelf te kalmeren. Net nog, ik fietste naar huis en zag dat ze bomen aan het kappen zijn. O, denk ik, waarom moeten die bomen nou weg? Ik krijg daar direct negatieve gevoelens van. Maar dan zeg ik tegen mezelf: nee, fascinating! Haha.”

LANGE ADEM

“Ik ben niet opgegroeid met kunst. Mijn ouders gingen bijna nooit naar musea. Ze hadden een bedrijf in ladders. Mijn vader was directeur, mijn moeder deed de boekhouding. Mijn ondernemingszin heb ik van hen. Ik herinner me het eerste schilderij dat ik zag van Vincent van Gogh: Boomstammen in het gras. Het ontroerde me tot tranen, dat hij de moeite had genomen van zoiets alledaags zo’n mooi schilderij te maken. Vincent zag schoonheid en leven in bomen, in modder, en vooral in grassprieten. Hij schreef aan zijn broer: ‘Wanneer ik buiten op het land aan het schilderen ben, voel ik de banden die ons allen verenigen.’ Doordat ik zo lang naar zijn schilderijen heb gekeken, ben ik anders naar de natuur gaan kijken. Soms vallen me nieuwe kleuren op. Wist jij dat de aarde soms paars lijkt? Deze pagina is het hoogtepunt van m’n boek. Hier draait alles om. Vincent is naar Zuid-Frankrijk gegaan om te schilderen en zit vol plannen. Hij krijgt aanvallen en moet naar een inrichting. Dat is een enorme teleurstelling voor hem. Maar langzamerhand vindt hij rust en troost, in de natuur en zijn werk. Hij loopt hier door zijn eigen schilderij, en de kleuren uit zijn schilderij heb ik hier weer gebruikt.

Zo’n lang boek is een bergbeklimming. Bij de eerste pagina’s sta je onderaan de berg te kijken: wat moet ik een eind! Ik moet mijn hele agenda leeg maken om in de juiste stemming te kunnen komen. Zonder leeg hoofd kan ik niet nadenken. Mijn nieuwe boek gaat over een filosoof uit de oudheid. De naam houd ik voor me, want het duurt zeker nog een jaar voordat het af is. Ik zoek alles uit over die filosofie, en die tijd. Ik ben al maanden onderweg, voordat ik begin met schrijven. Eerst bedenk ik het scenario. Als ik tevreden ben over de dialogen ga ik pas tekenen, scène voor scène. Dat je zo’n lange adem moet hebben is moeilijk. Ergens halverwege Vincent dacht ik: ik kap ermee. Het wordt niks. Meestal zoek ik dan wat documentatie op of ga wat pagina’s inkleuren, daar krijg ik toch weer voldoening van. Niet nadenken, gewoon doorgaan. Toen het boek af was, heb ik Vincent nog een lange tijd gemist. Het is mijn mooiste opdracht geweest, drie jaar helemaal opgaan in zo’n verhaal. Dat is alsof je een beetje een ander leven leeft.”

GEMIS

“Deze lollige kip was het favoriete speeltje van mijn hond Wisky. Hij is een half jaar geleden overleden. Dat het zo hard bij me zou aankomen had ik niet verwacht. Ik heb er nog steeds verdriet van. Twaalf jaar was hij een volwaardig gezinslid. Elke dag na de lunch wandelde ik een uur met hem in het bos. Ik wist precies wanneer hij wilde drinken. We begrepen elkaar. Mijn leven veranderde totaal toen hij er niet meer was. Die bossen waren ook een soort familieleden geworden. Dat merkte ik pas toen Wisky dood was. Ik mis die bossen, maar om daar in mijn eentje te gaan lopen? Nee. Dat heeft een heel andere lading.“

DE HELE AARDE

“Hokusai is een Japanse kunstenaar uit de 19de eeuw. Hij maakte houtsneden. Ricky en ik zijn een keer naar een expositie van hem geweest in Leiden. Daar lag een schriftje met deze tekening. Die vond ik zo mooi. We hebben een boekje gekocht waar die tekening in stond.

Ricky heeft die ingescand en bijgewerkt, en daarna uitgeprint en ingelijst, voor mijn verjaardag. Ik vind het mooi dat de hele aarde in die tekening zit. De golf loopt over in de vogels, en die bomen en bergen achter vormen daarmee één geheel.”

OBSESSIE

“Een paar jaar geleden had ik een hobby nodig waarin ik helemaal op kon gaan. Mijn boek Vincent kwam uit en is al in negentien landen vertaald. Ik vloog de hele wereld over om lezingen en interviews te geven. Eigenlijk ben ik een introvert persoon. Ik ben niet voor niks drummer, die zitten altijd lekker achteraan. Ik mocht naar Argentinië en New York. Dit moet ik kunnen, dacht ik, het is toch geweldig? Maar tussen de reisjes door lag ik doodmoe op de bank met chronische keelpijn. Mijn hoofd was zo vol dat ik niet meer kon tekenen. Toen ben ik obsessief gaan naaien. Heerlijk, zwieeeiijjng, zo’n naad erin zetten, haha. Ik kan er ook goed bij slapen. Als ik me ’s avonds in bed afvraag hoe ik een kraag moet aanpakken, ben ik in vijf minuten vertrokken.

Die patronen zijn vrij ingewikkeld, je moet goed nadenken over welk deel aan welk deel komt. Het is een soort puzzel, een bouwpakket met stof. Ik ben nu bezig met een pak van rood ribfluweel. De broek heb ik nagemaakt van een oude spijkerbroek die me goed zat. Hij was veel te strak geworden. Dus zette ik er aan de zijkant een reep stof in van een andere kleur. Laatst liep ik in de stad en zag: verrek, dat is mode! Dat wist ik helemaal niet. Ik ben niet zo zelfbewust dat al mijn kleding een bepaalde stijl moet hebben.”

WILDE HAREN KWIJT

“Dit studieboek heb ik veel gebruikt. Jaren geleden heb ik aan de universiteit colleges gevolgd over filosofie van de oudheid. Elk jaar probeer ik een vak te doen. Dit jaar volgde ik wetenschapsfilosofie. Pittig, maar je zet je hersenen weer even aan het werk. Soms is er zo’n onderwerp waar ik me in vastbijt. Alles pluis ik uit. Goed en slecht in de wereld, bijvoorbeeld, bestaat dat überhaupt? Vroeger ging ik veel naar punkconcerten in Vera. Tegenwoordig ga ik met een vriendengroepje naar lezingen. Na afloop gaan we alle wereldproblemen langs en bedenken oplossingen. Haha! Mijn wilde haren ben ik wel kwijt. Drinken doe ik nauwelijks meer. Een kater is zonde van mijn tijd, ik werk liever. Het mooie aan filosofie is dat het overal vragen bij stelt. Het is mijn karakter, mijn aard, om alles van alle kanten te bekijken. In mijn strips laat ik zien hoe ik worstel met hoe te leven. Wat is goed? Hoe doe je goed? Ik teken graag kleine dilemma’s waar iets groters uitspreekt. Neem mijn strip over de slak in de basilicumplant. Moet ik die slak verdelgen of laat ik hem zitten? Want voor hem is dat plantje heel lekker.

Ik zie een hoop dingen niet goed gaan in de wereld. Het kapitalisme is geen goed systeem, ik denk dat we daarvan af moeten. Mensen hebben egoïstische trekken, maar we zijn ook groepsdieren. Het kapitalisme haalt die competitie in ons naar boven, en drukt het sociale meer naar de achtergrond. Bedrijven belazeren de boel om geld te verdienen. Neem de sjoemelsoftware van autobedrijven, of producten die expres worden geprogrammeerd zodat ze stuk gaan na een bepaalde tijd. Wat zijn dat voor rare fratsen?

Met mijn broer kon ik scherp discussiëren over politiek en maatschappelijke thema’s. Daar geniet ik nog steeds van. Ik kom uit een rechts gezin. VVD-rechts. Zelf was ik vroeger ook rechts, meer uit recalcitrantie. Ik was de kakker in de klas. Een hockeymeisje, in een grijze rok met geruite sokken. Ik ga niet klakkeloos mee met modes, of met wat iedereen doet. Ik heb pas sinds kort een smartphone, van een vriend gekregen. Ik word nu al gek van dat ding, gebruik hem alleen voor whatsappgroepjes. In China kunnen ze niet meer zonder die smartphone. Ik ben bang dat wij hier ook die kant opgaan. We bouwen een infrastructuur op met overal cameratoezicht en drones. Mensen zien het probleem niet. Ik vertrouw de overheid, zeggen ze. Ja, nu misschien, maar straks...? Ik wil het liefst totaal ongezien door het leven kunnen gaan.”

RUST

“Mijn zeilboot is mijn beste aankoop ooit. Ik vind het heerlijk om op het water te zijn. Als baby ging ik al mee met mijn ouders. Zeilen is mijn rustpunt. Het neemt je helemaal in beslag, je bent de hele tijd bezig met staan mijn zeilen wel goed, en moet de fok niet iets gevierd worden? Het leuke van mijn beroep is dat ik mijn eigen tijd kan indelen. Ik teken nooit een volle dag. Je zit voorover, dat kun je niet uren doen. Creatief werk is inspannend, dat doe je ook terwijl je niet werkt. Als ik wandel krijg ik de beste ideeën. Zodra het mooi weer is, kan ik besluiten om ’s ochtends het Paterswoldsemeer over te gaan, met al die hoekjes en eilandjes. Doordeweeks is er geen kip, dat is fantastisch.”

Dit artikel verscheen in:

image

Deel het artikel gerust via onderstaande knoppen

Meer Zin lezen?